ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7607
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering bouwtijdverlenging en vertragingsschade bij renovatie Rijksgebouw
De zaak betreft een geschil tussen [A] Installatietechniek B.V. en de Staat der Nederlanden over vertraging en bouwtijdverlenging bij de renovatie en uitbreiding van een rijksgebouw. [A] vordert vergoeding van vertragingsschade en additionele bouwtijdverlenging, stellende dat de vertraging aan de Staat is toe te rekenen.
De rechtbank stelt vast dat fase 1 een vertraging van 51 weken kende, waarvan 34 weken bouwtijdverlenging door de Staat is toegekend en reeds vergoed. [A] heeft onvoldoende concreet gesteld waarom de resterende vertraging ook aan de Staat moet worden toegerekend en voldoet daarmee niet aan haar stelplicht. Ook de vorderingen voor latere fasen en bouwluwe perioden worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs en geldige contractuele bepalingen die verrekening uitsluiten.
De rechtbank oordeelt dat de contractuele bepalingen, waaronder artikel 01.02.13 UAV, correct zijn uitgelegd en dat geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die een afwijking van deze bepalingen rechtvaardigen. De Staat is niet aansprakelijk voor extra schade of korting, en [A] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van [A] af wegens onvoldoende bewijs dat de vertraging aan de Staat toerekenbaar is.