ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7558
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaalde aanvraag opheffing ongewenstverklaring vreemdeling en rechtmatigheid verblijf
Verzoeker, een vreemdeling met de Sierra Leoonse nationaliteit, is bij besluit van 7 januari 2008 ongewenst verklaard in Nederland. Hij heeft meerdere keren verzocht om opheffing van deze ongewenstverklaring en om verlening van een verblijfsvergunning op grond van gezinsleven of artikel 8 EVRM Pro. Alle eerdere verzoeken en beroepen zijn afgewezen en de ongewenstverklaring staat in rechte vast.
In deze procedure heeft verzoeker opnieuw een aanvraag ingediend, maar de rechtbank stelt vast dat het hier gaat om een herhaalde aanvraag waarbij geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd die een andere beslissing kunnen rechtvaardigen. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat ne bis in idem geldt en dat herhaalde aanvragen zonder nieuwe feiten niet tot een nieuwe beoordeling leiden.
Verder oordeelt de rechtbank dat de Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) niet ziet op de verblijfsrechtelijke status van vreemdelingen en dat artikel 67, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet strijdig is met deze richtlijn. Zolang de ongewenstverklaring voortduurt, kan verzoeker geen rechtmatig verblijf hebben.
Op grond hiervan verklaart de voorzieningenrechter het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk en het beroep tegen de handhaving van de ongewenstverklaring ongegrond. Verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning niet-ontvankelijk; beroep tegen handhaving ongewenstverklaring ongegrond verklaard.