ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7378
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering uitzonderlijke ouder-kind band
Verzoeker, van Oezbeekse nationaliteit, vroeg op 29 december 2010 een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij zijn vader. Dit werd door verweerder afgewezen omdat niet was aangetoond dat sprake was van een uitzonderlijke band die de normale emotionele banden tussen ouders en meerderjarige kinderen overstijgt. Verzoeker stelde dat zijn vader ernstig ziek is en hij als mantelzorger onmisbaar is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit materieel vergelijkbaar was met een eerder afwijzend besluit uit 2006, maar dat er sprake was van nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden, waaronder een verslechterde medische situatie van de vader en het belang van mantelzorg. De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de zorg niet door anderen kon worden verleend en dat de emotionele band meer dan gebruikelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak werd behandeld. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de uitzonderlijke ouder-kind band.