ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7257
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijf en ongewenstverklaring EU-burger wegens openbare orde
Verzoeker, een Duitse staatsburger, werd bij besluit van 29 juli 2011 het verblijfsrecht in Nederland beëindigd en ongewenst verklaard op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege een veroordeling voor verkrachting en mishandeling. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat het besluit van verweerder onvoldoende was gemotiveerd, omdat het gevaar voor de openbare orde enkel was gebaseerd op het feit dat verzoeker niet had verklaard waarom hij in een psychiatrisch centrum was gedetineerd. Er was geen bewijs van actuele bedreiging of recidivegevaar, mede omdat verzoeker zich goed gedroeg in het psychiatrisch centrum en geen verplichte behandeling kreeg.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verblijfsbeëindiging een ingrijpende maatregel is die terughoudend moet worden toegepast en dat de motivering van verweerder niet voldeed aan de eisen van het evenredigheidsbeginsel en individuele beoordeling zoals voorgeschreven in Richtlijn 2004/38. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waarbij de uitzetting werd geschorst tot vier weken na beslissing op bezwaar.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.W.S. Kiliç op 26 oktober 2011 en is niet vatbaar voor gewoon rechtsmiddel.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt geschorst tot vier weken na beslissing op bezwaar.