ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7220
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende gemotiveerd besluit inzake intrekking verblijfsdocument
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Minister voor Immigratie en Asiel tot intrekking van zijn verblijfsdocument. De rechtbank constateert dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, omdat niet is toegelicht waarom de bezwaarpunten van eiser niet tot een ander besluit leiden.
De rechtbank past artikel 8:51a van de Awb toe en stelt de verweerder in de gelegenheid het gebrek in het besluit te herstellen door alsnog een deugdelijk gemotiveerde beslissing te nemen. Tevens wordt verweerder verzocht om, desgewenst subsidiair, in te gaan op het standpunt van eiser dat hij recht heeft op voortgezet verblijf vanwege de duur van zijn relatie en verblijf in Nederland.
De rechtbank bepaalt een termijn van vier weken waarbinnen verweerder schriftelijk moet aangeven of hij gebruik maakt van deze gelegenheid en het nieuwe besluit moet toezenden aan de rechtbank en eiser. Na ontvangst zal de rechtbank bepalen hoe het beroep verder wordt behandeld.
Uitkomst: De rechtbank geeft de verweerder vier weken de tijd om het besluit opnieuw te motiveren en te nemen.