ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7158
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende bewijs herkomst
Eiseres verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar kon geen reis- of identiteitspapieren overleggen omdat haar reisagent deze in bezit hield. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij afkomstig was uit Zuid-Somalië en haar asielrelaas onvoldoende geloofwaardig was, mede op basis van een taalanalyse van het BLT.
Eiseres voerde aan dat zij onterecht werd gevraagd mee te werken aan een taalanalyse zonder gerede twijfel aan haar verhaal en dat zij niet de kans kreeg een aanvullende zienswijze in te dienen op het weerwoord van het BLT. De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot medewerking aan een taalanalyse ook zonder twijfel gerechtvaardigd kan zijn en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door het weerwoord pas bij het besluit toe te zenden, maar dit geen schending van haar belangen opleverde.
De rechtbank stelde vast dat er een verschil van inzicht bestaat tussen deskundigen over de gebruikte onderzoeksmethode, maar dat dit niet leidt tot onzorgvuldigheid. Omdat de herkomst van eiseres niet vaststaat, kon niet worden beoordeeld of zij vluchteling is of recht heeft op bescherming op grond van het EVRM of de subsidiaire beschermingsrichtlijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van herkomst en geloofwaardigheid.