ECLI:NL:RBSGR:2011:BU6714
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor wegens onvoldoende onderbouwing oneigenlijk gebruik bevoegdheden door Fiscus
Verzoekers, bestaande uit een natuurlijk persoon en twee vennootschappen, vorderen een voorlopig getuigenverhoor om het vermeende onrechtmatige en structurele handelen van de Fiscus te onderzoeken. Zij stellen dat de Fiscus hun bedrijfsvoering doelbewust heeft gefrustreerd door onder meer het stellen van gedetailleerde vragen, het benaderen van derden, het opleggen van hoge ambtshalve aanslagen en het leggen van beslagen.
De Fiscus verzet zich tegen het verzoek en stelt dat de fiscale geschillen reeds aan de belastingrechter zijn voorgelegd en dat verzoekers misbruik maken van het recht door dit civielrechtelijke middel in te zetten. De rechtbank overweegt dat de fiscale rechter exclusief bevoegd is om te oordelen over de meeste aangevoerde feiten en dat een voorlopig getuigenverhoor alleen toewijsbaar is indien er een reëel belang en voldoende onderbouwing is.
De rechtbank oordeelt dat verzoekers onvoldoende hebben aangetoond dat de Fiscus zijn bevoegdheden zodanig oneigenlijk heeft gebruikt dat een nader onderzoek gerechtvaardigd is. Het verzoek wordt daarom afgewezen en verzoekers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van oneigenlijk gebruik van bevoegdheden door de Fiscus.