ECLI:NL:RBSGR:2011:BU6129
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opvang asielzoeker door COA zonder rechtsgrond volgens artikel 5 Rva 2005
Eiser, een asielzoeker van Afghaanse nationaliteit, werd door het COA geïnformeerd dat zijn opvangvoorzieningen zouden worden beëindigd nadat de vertrektermijn van 28 dagen na het afwijzende asielbesluit was verstreken. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing. De rechtbank moest beoordelen of het COA bevoegd was de opvang te beëindigen op grond van artikel 5, eerste lid, onder b, Rva 2005.
De rechtbank constateerde dat het COA zich ten onrechte op het standpunt stelde dat de beëindiging van de opvang slechts een feitelijke uitvoering was van een van rechtswege ingetreden gevolg van het afwijzende asielbesluit. De rechtbank oordeelde dat het besluit tot beëindiging een (onjuist) rechtsoordeel bevat dat als een appellabel besluit moet worden beschouwd. Tevens concludeerde de rechtbank dat de weglating van haakjes rond het woord 'hoger' in artikel 5 Rva Pro 2005 een kennelijke verschrijving is, waardoor het COA geen grondslag heeft om de opvang te beëindigen op die grond.
De rechtbank verwierp het argument van verweerder dat de opvang na het verstrijken van de vertrektermijn zonder een toegewezen voorlopige voorziening niet gecontinueerd hoeft te worden, mede omdat dit in strijd zou zijn met het doel van de opvang om vreemdelingen in het zicht van de overheid te houden. Het beroep werd gegrond verklaard, verweerder werd veroordeeld tot herbeoordeling en tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat het COA de opvang van eiser niet rechtsgeldig heeft beëindigd.