ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5740
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onredelijke tegenwerping ontbreken reispapieren
Eiser, een minderjarige asielzoeker, vroeg een verblijfsvergunning aan die door verweerder werd afgewezen wegens het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten. Verweerder stelde dat eiser toerekenbaar geen documenten had overgelegd en dat hij in Frankrijk bescherming had moeten inroepen om de documenten te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onredelijk handelde door dit tegenwerpingen te maken. Eiser was tijdens de reis onder dwang en geweld van zijn gezinsleden gescheiden en stond onder grote druk om te zwijgen. Gezien zijn minderjarigheid en afhankelijkheid kon niet van hem worden verlangd dat hij de reisagent om documenten vroeg of in Frankrijk bescherming zocht.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000. De beoordeling van het asielrelaas en de geloofwaardigheid daarvan moet door verweerder opnieuw worden gedaan. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onredelijke tegenwerping van het ontbreken van reispapieren.