ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5235
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit mvv-vereiste wegens onvoldoende motivering en schending gelijkheidsbeginsel
Eiser, van Iraanse nationaliteit, diende op 28 augustus 2003 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met het doel 'beperking conform beschikking Minister'. Deze aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet werd vrijgesteld van het mvv-vereiste. Eiser stelde dat verweerder ten onrechte eerst het mvv-vereiste toetste zonder eerst de inhoudelijke aanvraag te beoordelen, zoals volgens eerdere beschikkingen en uitspraken vereist is.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was omdat verweerder niet had gereageerd op het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel en de aangehaalde beleidslijnen. Daarnaast was het beroep van verweerder dat de aangehaalde beschikkingen ambtelijke misslagen zouden zijn en dat het beleid was gewijzigd, onvoldoende toegelicht.
De rechtbank stelde vast dat eiser’s aanvraag niet kon worden aangemerkt als een 14-1 brief, maar een reguliere aanvraag betrof waarop het mvv-vereiste onverkort van toepassing is. Desondanks had verweerder eerst inhoudelijk moeten toetsen of de verblijfsvergunning verleend kon worden alvorens het mvv-vereiste tegen te werpen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens schending van het motiveringsvereiste en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Verder veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van € 874 en het griffierecht van € 150 aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter G.A. van der Straaten op 25 oktober 2011.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.