ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5201
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar verblijfssticker met arbeidsmarktaantekening
Eiseres diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument als familielid van een Unieburger. In haar paspoort werd een verblijfssticker geplaatst met de aantekening dat arbeid niet vrij toegestaan was. Eiseres maakte bezwaar tegen deze aantekening, dat door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank stelde vast dat het plaatsen van de sticker geen besluit in de zin van de Awb is, maar wel een feitelijke handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, Vreemdelingenwet 2000, en dat deze handeling rechtens relevant is.
De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat de sticker geen rechtsgevolg heeft en dat bezwaar tegen de sticker alleen in de bodemprocedure kan worden gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de voorgestelde bodemprocedure geen adequate rechtsgang biedt voor het bezwaar tegen de arbeidsmarktaantekening. De rechtbank volgde het declaratoire stelsel van Richtlijn 2004/38/EG waarbij het recht om arbeid te verrichten niet afhankelijk is van het verblijfsdocument.
De rechtbank vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar, veroordeelde verweerder in de proceskosten en legde hem op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres. Tevens werd verweerder verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.