ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5189
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hoofdverblijfplaats minderjarige en afwikkeling huwelijksvermogen na echtscheiding met internationaal ouderschapsplan
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding van een echtpaar met een minderjarige dochter die tussen Nederland en de Verenigde Staten reist volgens een kinderconvenant. De moeder had de minderjarige zonder toestemming van de vader meegenomen naar Nederland, waarna mediation leidde tot een zorgregeling met afwisselend verblijf.
De rechtbank twijfelde aan het belang van de minderjarige bij de overeengekomen regeling, die vooral tegemoetkwam aan de belangen van de ouders en mogelijk ontworteling van het kind veroorzaakte. Daarom werd een bijzondere curator benoemd om het belang van het kind te vertegenwoordigen en een voorstel te doen over de hoofdverblijfplaats.
Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat de hoofdverblijfplaats bij de vader in de Verenigde Staten moest worden vastgesteld, omdat hij beter in staat werd geacht het contact met de moeder te waarborgen en de moeder minder faciliterend was. Ook werd de financiële positie van de moeder als kwetsbaarder beoordeeld.
Daarnaast werd het huwelijksvermogen verdeeld volgens het recht van de staat van eerste gewone verblijfplaats (Verenigde Staten), waarbij het appartement aan de vader werd toegewezen met een regeling voor de overwaarde ten gunste van de moeder. De rechtbank wees verzoeken tot mediation en ouderschapsonderzoek af en hield verdere beslissingen over de minderjarige en reiskostenregeling aan.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt vastgesteld bij de vader in de Verenigde Staten en het huwelijksvermogen wordt verdeeld volgens het recht van de staat van eerste gewone verblijfplaats.