ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4479
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd bevestigd ondanks intrekking vergunning bepaalde tijd
Eiser verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Verweerder had zijn eerdere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ingetrokken met ingang van 25 mei 2009, waardoor eiser volgens verweerder niet aan de vijfjarige verblijfsduurvereiste voldeed.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking niet met terugwerkende kracht was en dat eiser tot 13 november 2009 rechtmatig verblijf genoot. Dit betekende dat eiser wel vijf jaar rechtmatig verblijf had op grond van artikel 8, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.
Desondanks werd de aanvraag afgewezen omdat de rechtsgrond voor verlening van de verblijfsvergunning was komen te vervallen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond tegen het intrekkingsbesluit maar ongegrond tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekkingsbesluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, maar de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd blijft in stand.