ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3916
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling en schending recht op vertrouwelijk advocaatcontact
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 13 oktober 2011 in bewaring gesteld wegens het ontbreken van geldige verblijfsdocumenten en het niet naleven van vertrektermijnen. Hij voerde aan dat tijdens een telefoongesprek met zijn advocaat een inspecteur in de ruimte aanwezig was, wat volgens hem een schending van artikel 104 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 betekende. Dit zou de bewaring onrechtmatig maken.
De rechtbank onderzocht het incident waarbij de inspecteur de deur opende om eiser te verzoeken het gesprek te beëindigen vanwege het gedeeld gebruik van de ruimte. De rechtbank stelde vast dat de inspecteur slechts kort in het gesprek 'ingebroken' had en dat dit niet in strijd was met het recht op vertrouwelijk contact met de advocaat. Tevens was niet gebleken dat eiser de mogelijkheid had gekregen het gesprek op een ander moment voort te zetten.
Verder oordeelde de rechtbank dat de bewaring terecht was opgelegd op basis van het ontbreken van een geldig verblijfsdocument, het niet naleven van de vertrektermijn, het ontbreken van een vaste verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan. Het beroep tegen de bewaring werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.