ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3901
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verzekeraar voor beroepsziekte door blootstelling aan oplosmiddelen
Werknemer was langdurig onderhoudsschilder en werd arbeidsongeschikt door chronische toxische encephalopathie (CTE) als gevolg van blootstelling aan oplosmiddelen tijdens werk. Hij vordert van de aansprakelijkheidsverzekeraar van zijn werkgever vergoeding van materiële en immateriële schade op grond van artikel 7:954 BW Pro.
De verzekeraar verweert zich onder meer door te stellen dat de werkgever niet aan haar inlichtingenplicht heeft voldaan, waardoor dekking is geweigerd, en dat de vordering verjaard is. De rechtbank oordeelt echter dat de verzekeraar onvoldoende heeft onderbouwd dat zij door het gebrek aan informatie is benadeeld en dat de verjaring niet is ingetreden omdat de vereiste ondubbelzinnige kennisgeving ontbrak.
De rechtbank stelt vast dat de diagnose CTE door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten en het UWV is bevestigd en dat de blootstelling aan oplosmiddelen voldoende intensief en langdurig was. De werkgever heeft onvoldoende zorgplicht betracht. De vorderingen van de werknemer worden grotendeels toegewezen, inclusief vergoeding van materiële schade, immateriële schade, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente.
Uitkomst: Verzekeraar Aegon wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en kosten aan werknemer wegens beroepsziekte door blootstelling aan oplosmiddelen.