ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3675
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van TOS
Verzoekster, geboren in 1982 in Suriname, verzocht de rechtbank om vast te stellen dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit op grond van artikel 6 lid 1 van Pro de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten (TOS) tussen Nederland en Suriname. Zij stelde dat zij als minderjarige de nationaliteit van haar vader had gevolgd en daarom sinds 1 september 1999 Nederlander zou zijn.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) betwistte dit en stelde dat de TOS niet op verzoekster van toepassing is omdat zij na de inwerkingtreding van de TOS in 1975 is geboren en dat zij niet heeft gedeeld in de naturalisatie van haar vader omdat zij geen verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd had.
De rechtbank oordeelde dat de TOS alleen betrekking heeft op personen die op het moment van inwerkingtreding reeds geboren waren en dat verzoekster, geboren in 1982, daar niet onder valt. Verder is vastgesteld dat verzoekster sinds haar geboorte de Surinaamse nationaliteit bezit en niet staatloos is geworden door de naturalisatie van haar vader. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het bezit van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen omdat de TOS niet op verzoekster van toepassing is.