ECLI:NL:RBSGR:2011:BU2951
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen onmiddellijke terugkeer zonder passende termijn
Verzoeker, een Vietnamese onderdaan die ruim acht jaar illegaal in Nederland verbleef, kreeg een terugkeerbesluit opgelegd om Nederland onmiddellijk te verlaten zonder een passende termijn voor vrijwillig vertrek. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde of het terugkeerbesluit in lijn was met de Europese terugkeerrichtlijn, die voorschrijft dat een passende termijn van zeven tot dertig dagen moet worden gegeven, tenzij objectieve criteria een risico op onderduiken aantonen. Verweerder stelde dat artikel 62 Vreemdelingenwet Pro 2000 dit toestond bij illegaal verblijf zonder pogingen tot legalisatie, maar kon dit niet met objectieve, in wetgeving vastgelegde criteria onderbouwen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Nederlandse wetgeving de richtlijn niet tijdig had geïmplementeerd en dat de bepalingen van de richtlijn rechtstreekse werking hebben. Omdat verweerder geen objectieve criteria kon aantonen, was het terugkeerbesluit strijdig met de richtlijn. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, het besluit geschorst en verweerder veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit werd geschorst en de voorlopige voorziening toegewezen wegens strijd met de terugkeerrichtlijn.