ECLI:NL:RBSGR:2011:BU2946
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Geen terugkeerbesluit nodig na eerdere bewaring bij vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling van Chinese nationaliteit, kreeg op 10 september 2011 een terugkeerbesluit om Nederland onmiddellijk te verlaten. Hij maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. De voorzieningenrechter beoordeelde of de aanzegging om Nederland te verlaten, die verzoeker in 2007 ontving, gelijkgesteld kon worden met een terugkeerbesluit. Uit jurisprudentie volgt dat een aanzegging niet als terugkeerbesluit geldt omdat er destijds geen rechtsmiddel tegen openstond.
Daarnaast was verzoeker reeds voor het einde van de implementatietermijn van de terugkeerrichtlijn in bewaring gesteld. De voorzieningenrechter overwoog dat de terugkeerrichtlijn vereist dat het terugkeerbesluit het begin markeert van de terugkeerprocedure, gevolgd door bewaring. Omdat de bewaring al eerder was toegepast, was het na afloop van de implementatietermijn niet verplicht alsnog een terugkeerbesluit te nemen.
Hierdoor kon verzoeker niet ontvankelijk worden verklaard in zijn bezwaar tegen het terugkeerbesluit van 2011, en werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak bevestigt dat de procedurele volgorde van de terugkeerrichtlijn leidend is en dat eerdere bewaring het nemen van een nieuw terugkeerbesluit kan vervangen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het terugkeerbesluit ten onrechte is genomen.