ECLI:NL:RBSGR:2011:BU2069
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.R. Hoogenberk
- J. Schukking
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening geweigerd verblijf gezinslid met asielstatus op grond van artikel 8 EVRM
Verzoekster, van Armeense nationaliteit, is gehuwd met een referent die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd bezit. Zij heeft een aanvraag tot verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, gericht op gezinsvorming, welke door verweerder is afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan vrijstellingsgronden.
De voorzieningenrechter overweegt dat het rechtmatig verblijf van gezinsleden niet automatisch leidt tot verblijf voor verzoekster. Gezien het gezinsleven is ontstaan in een periode van precair verblijfsrecht, dient een beroep op artikel 8 EVRM Pro te steunen op uitzonderlijke omstandigheden. Verzoekster stelt dat er een objectieve belemmering bestaat om het gezinsleven in Armenië uit te oefenen, mede door de asielstatus van de referent.
De rechter constateert dat verweerder onvoldoende de belangen van de kinderen en de sterke band van het gezin met Nederland heeft betrokken in zijn besluitvorming. Verweerder heeft ook nagelaten informatie te verzamelen over de actuele situatie van de referent, wat noodzakelijk is om het vermoeden van objectieve belemmering te weerleggen.
Gezien deze tekortkomingen en het redelijke kans van slagen van het bezwaar, wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waarbij verwijdering van verzoekster uit Nederland wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan verzoekster toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.