ECLI:NL:RBSGR:2011:BU1262
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige buitengebruikstelling van taxi-auto door Staat afgewezen
HFH, exploitant van een taxibedrijf, vorderde een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door de buitengebruikstelling van een taxi-auto en eiste schadevergoeding van €16.547,50. De buitengebruikstelling vond plaats omdat bestuurder [B] twee administratieve sancties wegens verkeersovertredingen niet had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat het dwangmiddel van buitengebruikstelling rechtmatig was toegepast. Het CJIB had terecht gehandeld gezien het ontbreken van een bekende verblijfplaats van [B] en het feit dat HFH als eigenaar de auto aan [B] ter beschikking had gesteld, waardoor het risico van boetes op de auto kon worden verhaald.
De rechtbank verwierp de stellingen van HFH dat het CJIB andere incassomogelijkheden had moeten benutten, dat zij onvoldoende was geïnformeerd, en dat het dwangmiddel disproportioneel was. Ook het beroep op het EVRM faalde.
Ten aanzien van de schade stelde de rechtbank vast dat HFH onvoldoende had aangetoond dat de schade aan de auto tijdens de buitengebruikstelling was ontstaan of dat vermiste zaken niet door [B] waren verwijderd. Daarom werd de schadevergoeding afgewezen.
De rechtbank veroordeelde HFH tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de Staat.
Uitkomst: Vordering HFH wegens onrechtmatige buitengebruikstelling en schadevergoeding wordt afgewezen.