ECLI:NL:RBSGR:2011:BU1258
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onduidelijke toetsingsmaatstaf
Eiser, een Turkse zelfstandige, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met de beperking arbeid als zelfstandige. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een negatief advies van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) dat was gebaseerd op een puntensysteem dat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als strijdig met het Aanvullend Protocol werd beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat het advies van de minister van EL&I van 31 januari 2011 onduidelijk en onjuist is omdat het nieuw vastgestelde toelatingscriterium 'wezenlijk Nederlands belang' niet concreet is ingevuld. De toetsingsmaatstaf sluit onvoldoende aan bij de jurisprudentie van de Afdeling van 29 september 2010, waarin werd gesteld dat een wezenlijk Nederlands belang bestaat indien de bedrijfsmatige activiteit een positieve bijdrage levert aan de Nederlandse economie zonder negatieve effecten op markt en werkgelegenheid.
Verder is het advies onzorgvuldig tot stand gekomen omdat verweerder niet duidelijk heeft gemaakt welke stukken in het kader van het nieuwe beleid moesten worden overlegd, waardoor eiser geen aanvullende stukken kon indienen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.