ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8831
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling na vertrek naar Frankrijk zonder nieuw terugkeerbesluit
Eiser werd op 14 september 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betoogde dat de bewaring onrechtmatig was omdat geen nieuw terugkeerbesluit was genomen nadat hij Nederland had verlaten en naar Frankrijk was gegaan, waardoor het eerdere terugkeerbesluit zou zijn uitgewerkt.
De rechtbank stelde vast dat het terugkeerbesluit van 4 april 2011 een meeromvattende beschikking betrof die voldeed aan de definitie van een terugkeerbesluit volgens de Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG. Het vertrek naar Frankrijk, dat niet als terugkeer in de zin van de richtlijn geldt, beëindigde de terugkeerprocedure niet. Daarom was geen nieuw terugkeerbesluit nodig om bewaring te rechtvaardigen.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder de bewaring niet kon baseren op een ongewenstverklaring, omdat daarvoor geen feitelijke grondslag of nadere toelichting was gegeven. De overige gronden, zoals het gebruik van aliassen, het ontbreken van identiteitspapieren, geen vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, waren voldoende om de bewaring te dragen.
De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel niet in strijd was met de wet en in redelijkheid gerechtvaardigd was. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat de bewaring rechtmatig en gerechtvaardigd is zonder nieuw terugkeerbesluit.