ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8705
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W.P. Letschert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vrijheidsontneming en zicht op verwijdering naar China
Eiser, van Chinese nationaliteit, is op 23 februari 2011 in bewaring gesteld wegens het ontbreken van documenten en het ontbreken van zicht op verwijdering naar China. De rechtbank heeft eerder de bewaring rechtmatig geacht tot 15 juni 2011. Eiser betoogt dat ondanks recente persoonlijke presentaties bij de Chinese ambassade geen laissez-passers zijn afgegeven en dat er al vijftien maanden geen lp’s worden verstrekt, waardoor geen zicht op verwijdering bestaat.
De rechtbank verwijst naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die het zicht op verwijdering bevestigen. Uit aanvullende informatie blijkt dat op 13 en 26 september 2011 twee ongedocumenteerde Chinese vreemdelingen vrijwillig persoonlijk zijn gepresenteerd bij de Chinese ambassade, wat een wijziging in de houding van de Chinese autoriteiten weerspiegelt. De rechtbank acht het redelijk dat eiser zich eveneens meldt bij de ambassade.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt door regelmatig contact met de Chinese autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken met eiser. De bewaring mag voortduren gezien het ontbreken van medewerking van eiser en het belang van een geslaagde verwijdering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontneming wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.