ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8660
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vanwege niet-toetsen verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM
Verzoeker, van Somalische nationaliteit, diende op 17 augustus 2011 een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd op 25 augustus 2011 afgewezen, waarna verzoeker beroep instelde. De rechtbank behandelde het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep op 16 september 2011.
De rechtbank constateerde dat verweerder bij het besluit niet ambtshalve had getoetst of verzoeker verblijf moest worden toegestaan op grond van artikel 8 EVRM Pro, terwijl dit volgens het beleid en wettelijke voorschriften wel vereist was. Verzoeker had geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen, maar het niet toetsen aan artikel 8 EVRM Pro was een beleidsfout.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor zover het de afwijzing van de asielaanvraag betreft, maar gegrond voor het niet toetsen aan artikel 8 EVRM Pro. Het bestreden besluit werd vernietigd voor zover het niet aan deze toetsing voldeed. Verweerder werd opgedragen binnen acht weken ambtshalve opnieuw te beoordelen of verzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit wordt vernietigd voor zover niet is getoetst aan artikel 8 EVRM en de minister moet binnen acht weken ambtshalve opnieuw beoordelen.