ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8525
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens overschrijding beslistermijn asielaanvraag
Eisers, een Sri Lankaans echtpaar, werden in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw 2000). Zij gaven op 2 augustus 2011 te kennen asiel te willen aanvragen, maar konden hun aanvraag pas op 9 augustus 2011 feitelijk ondertekenen. Verweerder besloot op 16 september 2011 afwijzend op de aanvragen, waarmee de beslistermijn van zes weken volgens eisers was overschreden.
De rechtbank onderzocht of de termijn van artikel 59, vierde lid, Vw 2000 begint bij de kenbaarmaking van de asielintentie of bij de feitelijke indiening van de aanvraag. Gezien de onduidelijkheid en tegenstrijdige gedragslijnen van verweerder, oordeelde de rechtbank dat deze termijn moet aanvaarden vanaf het moment dat eisers hun asielintentie kenbaar maakten, mede vanwege het belang van rechtszekerheid bij vrijheidsbeneming.
Omdat verweerder pas op 16 september 2011 besliste, was de termijn van zes weken verstreken en was de bewaring onrechtmatig vanaf 14 september 2011. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, hechtte aan eisers een schadevergoeding toe van €1.680 per persoon voor 21 dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van eisers was onrechtmatig wegens overschrijding van de beslistermijn en werd opgeheven met toekenning van schadevergoeding.