ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8447
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.J. Hoekstra - van Vliet
- B. Meijer
- A.M.A. Keulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige wegens worteling in Nederland
De zaak betreft een verzoek van de Centrale Autoriteit namens de vader tot teruggeleiding van een minderjarige uit Nederland naar Hongarije, op grond van het Haagse Kinderontvoeringsverdrag. De minderjarige verbleef sinds juli 2008 ongeoorloofd in Nederland nadat de moeder met toestemming van de vader was gekomen, maar niet terugkeerde.
De rechtbank oordeelt dat de achterhouding van de minderjarige in Nederland in strijd is met het gezagsrecht van de vader en derhalve ongeoorloofd is. Echter, omdat het verzoek pas ruim na de wettelijke termijn van één jaar is ingediend, moet worden beoordeeld of de minderjarige in Nederland is geworteld. De rechtbank stelt vast dat dit het geval is, mede gezien het langdurige verblijf, de taalbarrière en de kwetsbare, getraumatiseerde situatie van het kind.
Een beroep op artikel 18 van Pro het Verdrag om ondanks worteling teruggeleiding te gelasten, wordt verworpen. De rechtbank wijst het verzoek tot teruggeleiding af, maar kent een informatieregeling toe waarbij Bureau Jeugdzorg de vader ieder kwartaal informeert over de ontwikkeling van de minderjarige. Een concrete contactregeling wordt afgewezen vanwege de huidige ontwikkelingsfase van het kind, maar partijen spreken de intentie uit dit op termijn te realiseren.
Uitkomst: Verzoek tot teruggeleiding minderjarige naar Hongarije afgewezen wegens worteling in Nederland; informatieregeling toegekend.