ECLI:NL:RBSGR:2011:BT7195
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens en afwijzing aanvraag eerste toelating
Eiser was houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel verblijf bij partner, welke met terugwerkende kracht werd ingetrokken vanwege verplaatsing van het hoofdverblijf. Eiser diende vervolgens een aanvraag tot verlenging in zonder melding te maken van de intrekking, waarbij hij het verkeerde formulier gebruikte. Verweerder trok de vergunning met terugwerkende kracht in en kwalificeerde de aanvraag als een eerste toelating, die werd afgewezen wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Eiser voerde aan dat hij op advies van een IND-medewerkster het verlengingsformulier gebruikte en dat verweerder in strijd handelde met het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat eiser dit niet aannemelijk had gemaakt en dat het indienen van het verkeerde formulier zijn eigen verantwoordelijkheid was. Verder stelde eiser dat hij een langdurige relatie met zijn partner had, maar de rechtbank wees dit af op grond van een eerdere, onherroepelijke uitspraak waarin was vastgesteld dat de relatie sinds 1998 was verbroken.
Ten slotte stelde eiser dat het mvv-vereiste in strijd was met artikel 8 EVRM Pro inzake het recht op gezinsleven. De rechtbank oordeelde dat het belang van het economisch welzijn van Nederland zwaarder woog dan het persoonlijke belang van eiser, mede gelet op zijn beperkte integratie en het feit dat zijn partner ook in Nigeria zou kunnen verblijven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.