ECLI:NL:RBSGR:2011:BT7152
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht kapitein binnenvaartschip Rijnvaart volgens Rijnvarendenverdrag en Nederlandse wetgeving
Eiser, kapitein op een binnenvaartschip dat in de Rijnvaart wordt gebruikt, betwistte de verzekeringsplicht in Nederland voor de periode 1 januari tot 30 juni 2007. Hij stelde dat op grond van een E-101 verklaring de Luxemburgse sociale zekerheidswetgeving van toepassing zou zijn. De rechtbank stelde vast dat het Rijnvarendenverdrag van toepassing is en dat de verzekeringsplicht wordt bepaald door de vestigingsplaats van de onderneming die het schip exploiteert.
De rechtbank concludeerde dat het schip behoort tot de onderneming van een Nederlandse vennootschap, aangezien het eigendom via een keten van ondernemingen uiteindelijk bij een Nederlandse BV ligt. Eiser maakte niet aannemelijk dat het schip tot een Luxemburgse onderneming behoort. Hierdoor is eiser verplicht verzekerd in Nederland.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de eerdere toepassing van Luxemburgse wetgeving voor een andere periode niet automatisch doorliep naar 2007. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens een te hoge aanslag voor de tweede helft van 2007, maar handhaafde de aanslagen voor de eerste helft van 2007. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Eiser is verplicht verzekerd in Nederland voor de eerste helft van 2007; aanslagen voor tweede helft 2007 zijn verminderd.