ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2941
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat wooncomplex voor verstandelijk beperkte bewoners hoofdzakelijk tot woning dient
De heffingsambtenaar stelde de waarde van een wooncomplex voor verstandelijk beperkte bewoners vast en legde een aanslag eigenarenbelasting op tegen het tarief voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. Eiseres maakte bezwaar tegen deze aanslag omdat het gebouw volgens haar wel hoofdzakelijk tot woning dient. De rechtbank stelde vast dat het gebouw bestaat uit tweekamerappartementen met eigen voorzieningen voor bewoners, aangevuld met gemeenschappelijke ruimten en een klein kantoor.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gebouw niet hoofdzakelijk tot woning dient. De gemeenschappelijke ruimten, zoals gangen, eet- en zitruimten, fietsenberging en slaapkamers voor verzorgenden, zijn dienstbaar aan de woonfunctie en hebben geen andere functie. Volgens de jurisprudentie moet 'in hoofdzaak' worden uitgelegd als ten minste 70% van de waarde.
Omdat de heffingsambtenaar aannam dat slechts 55,10% van het gebouw tot woning dient, maar dit onvoldoende onderbouwde, concludeerde de rechtbank dat het gebouw ten minste in hoofdzaak tot woning dient. De aanslag was daarom onterecht berekend tegen het hogere tarief. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en bepaalde dat de aanslag moet worden verminderd naar het lagere tarief. Tevens veroordeelde de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De aanslag eigenarenbelasting wordt verminderd naar het lagere tarief voor woningen omdat het wooncomplex hoofdzakelijk tot woning dient.