ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2744
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang asielzoeker in afwachting beroepsprocedure
Verzoeker, een asielzoeker van Moldavische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Hij verzocht om een voorlopige voorziening die uitzetting en beëindiging van zijn opvang zou verbieden zolang zijn beroepsprocedure loopt.
De rechtbank oordeelt dat het recht van het COA om de opvang te beëindigen niet voortvloeit uit artikel 5, eerste lid, sub b, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005, mede vanwege een kennelijke verschrijving in de wetswijziging. Het belang van verzoeker om de uitspraak op zijn voorlopige voorziening af te wachten met behoud van opvang weegt zwaarder dan het belang van de minister bij handhaving van het besluit.
Daarom wordt een ordemaatregel getroffen op grond van artikel 8:83, vierde lid, Awb, die uitzetting verbiedt totdat op het verzoek om voorlopige voorziening is beslist. Het recht op opvang blijft op grond van artikel 5, eerste lid, sub a, van de Rva 2005 bestaan.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.H. Banda en griffier W. Markwat op 23 september 2011. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt uitzetting en handhaaft de opvang van verzoeker totdat op het verzoek om voorlopige voorziening is beslist.