ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2351
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap wegens ontbreken juridische afstamming
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om vast te stellen dat hij het Nederlanderschap bezit op grond van zijn vermeende Nederlandse vader. Hij baseert dit op artikel 3 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap, stellende dat hij als zoon van een Nederlandse vader bij geboorte Nederlander is geworden.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) concludeerde dat verzoeker juridisch gezien het kind is van het echtpaar bestaande uit zijn moeder en stiefvader, en dat hij bij geboorte Indonesisch was. De rechtbank heeft vastgesteld dat de geboorteakte vermeldt dat verzoeker het tweede kind is van dit echtpaar en dat geen bewijs is geleverd van een juridische afstamming of familierechtelijke betrekking met de vermeende Nederlandse vader.
Ook is overwogen dat de vermeende vader ten tijde van verzoekers geboorte gehuwd was met een andere vrouw die verklaarde verzoeker als pleegkind te hebben opgevoed. Verzoeker heeft geen bewijsstukken overgelegd van buitenlandse procedures tot gerechtelijke vaststelling van vaderschap.
Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 1, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Omdat ook niet is gesteld of gebleken dat verzoeker op andere wijze Nederlander is geworden, wijst de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling Nederlanderschap wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs voor juridische afstamming van Nederlandse vader.