ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2338
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Intrekking Nederlanderschap leidt niet tot staatloosheid en is niet rechtsgeldig
Verzoekster heeft de rechtbank verzocht vast te stellen dat zij en haar minderjarige dochter de Nederlandse nationaliteit nooit hebben verloren, dan wel dat zij deze vanaf bepaalde data bezitten. De intrekking van het Nederlanderschap door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) was gebaseerd op het niet overleggen van bewijs van afstand van de Ghanese nationaliteit.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster met een brief van de Ghanese ambassade heeft aangetoond dat zij op 5 mei 2004 afstand heeft gedaan van haar Ghanese nationaliteit. Hierdoor zou de intrekking van het Nederlanderschap leiden tot staatloosheid, wat volgens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap niet is toegestaan.
De beslissing tot intrekking van 5 februari 2007 heeft daarom geen rechtsgevolg. Verzoekster en haar dochter behouden hun Nederlandse nationaliteit vanaf het moment van verlening bij koninklijk besluit op 29 november 2002. Het primaire verzoek wordt toegewezen en de beschikking is gegeven tijdens de openbare terechtzitting van 18 augustus 2011.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoekster en haar dochter hun Nederlandse nationaliteit behouden en dat de intrekking geen rechtsgevolg heeft.