ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2268
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde onroerende zaak zonder bouwgrondkwalificatie op waardepeildatum
Eiser betwistte de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van zijn onroerende zaak, een perceel met een verkrotte boerderij, waarop hij een bouwvergunning voor twee woningen had aangevraagd. De heffingsambtenaar stelde de waarde op €523.000 per 1 januari 2010, terwijl eiser een waarde van €100.000 voorstond, omdat op de waardepeildatum geen zicht was op een bouwvergunning.
De rechtbank overwoog dat de waarde moet worden bepaald naar de staat van de zaak op de waardepeildatum, conform artikel 17 en Pro 18 van de Wet WOZ. De gemeente stelde dat op 1 januari 2011 zicht was op een bouwvergunning, maar de rechtbank verwierp dit omdat de gemeente niet aannemelijk had gemaakt dat zij deze situatie vóór die datum als haar standpunt had aangenomen.
Verder bleek uit correspondentie dat onzekerheid bestond over het verlenen van de bouwvergunning vanwege ontbrekende geurverordening en milieuaspecten. Een rapport concludeerde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat was, maar dit was pas na de waardepeildatum.
De rechtbank stelde vast dat de grond op 1 januari 2010 niet als bouwgrond kwalificeerde en achtte de door eiser voorgestelde waarde van €100.000 redelijk. Het beroep werd gegrond verklaard, de waarde en aanslag werden verlaagd en de gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op €100.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd.