ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6156

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
16 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
Awb 11/1921
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens ontbreken gronden bezwaar

Verzoekster, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die door verweerder werd afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar zonder gronden in te dienen. Tijdens de zitting erkenden partijen het ontbreken van de gronden, waardoor toetsing van het verzoek om voorlopige voorziening bemoeilijkt werd.

Verweerder weigerde een termijn te stellen voor het alsnog indienen van de gronden, ondanks geboden gelegenheid. De voorzieningenrechter besloot daarom de gevraagde voorziening toe te wijzen en verbood verweerder verzoekster uit te zetten gedurende één week na verzending van het vonnis, tenzij binnen die week de volledige gronden van het bezwaar schriftelijk werden ontvangen.

Indien de gronden tijdig worden ingediend, blijft de voorziening van kracht totdat verweerder de beslissing op het bezwaar bekendmaakt. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekster. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoekster gedurende één week tenzij binnen die week de volledige gronden van het bezwaar worden ingediend, waarna de voorziening voortduurt tot beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE
nevenzittingsplaats Zwolle
Sector Bestuursrecht, Voorzieningenrechter
Registratienummer: Awb 11/1921
Uitspraak
in het geding tussen:
[verzoekster]
geboren op [geboortedatum]
van Azerbeidzjaanse nationaliteit,
IND dossiernummer [nummer], verzoekster,
gemachtigde mr. P.E.J.M. Bartels, advocaat te
Utrecht;
en
de minister voor Immigratie en Asiel,
(Immigratie- en Naturalisatiedienst),
te 's-Gravenhage,
vertegenwoordigd door mr. M. Dalhuizen,
ambtenaar ten departemente, verweerder.
1. Procesverloop
Op 12 maart 2010 heeft verzoekster een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'conform beschikking Minster' ingediend. Bij besluit van 13 januari 2011 heeft verweerder de aanvraag afgewezen.
Bij verzoek van 17 januari 2011 is verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten totdat in bezwaar is beslist. Het verzoek is voorzien van gronden bij brief van 25 januari 2011 aan de rechtbank. Bij brief van 25 januari 2011 aan verweerder is tegen het besluit bezwaar gemaakt, zonder dat daartoe gronden zijn ingediend.
Het verzoek is ter zitting van 5 augustus 2011 behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.
Ter zitting is het onderzoek geschorst ten einde verweerder de gelegenheid te bieden verzoekster een korte termijn te stellen voor het indienen van de gronden van het bezwaar.
Bij brief van 11 augustus 2011 heeft verweerder meegedeeld van de geboden gelegenheid geen gebruik te zullen maken. Partijen hebben ter zitting voor dat geval aan de voorzieningenrechter toestemming gegeven uitspraak te doen op het verzoek zonder dat een nadere terechtzitting plaatsvindt.
Op 12 augustus 2011 heeft de voorzieningenrechter het onderzoek gesloten.
2. Overwegingen
2.1 De voorzieningenrechter stelt vast dat wordt voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechter dient te toetsen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en of bij afweging van de betrokken belangen uitzetting van verzoekster in afwachting van de beslissing op bezwaar moet worden verboden.
2.2 De rechter overweegt als volgt.
Partijen hebben ter zitting erkend dat de gronden van het bezwaarschrift nog steeds ontbreken. Dit maakt het niet mogelijk op de gebruikelijke wijze te toetsen of de gevraagde voorziening moet worden getroffen. Verweerder heeft geweigerd gebruik te maken van de hem ter zitting geboden gelegenheid om, hangende het verzoek om voorlopige voorziening, aan verzoekster een termijn te stellen om, op straffe van niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar, binnen korte tijd de gronden van het bezwaar in te dienen.
Een en ander brengt de voorzieningenrechter ertoe de gevraagde voorziening te treffen, in dier voege dat verweerder wordt verboden verzoekster uit te zetten gedurende één week na de verzending van deze uitspraak, tenzij binnen die week van verzoekster bij aangetekend schrijven de volledige gronden voor het bezwaar ontvangen zullen zijn. Indien dat het geval is, duurt de voorziening voort totdat de beslissing op het bezwaarschrift door verweerder overeenkomstig de wet zal zijn bekendgemaakt.
2.3 Het verzoek wordt, gelet op het vorenstaande, toegewezen. Er bestaat aanleiding voor veroordeling van verweerder in de kosten die verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken. Die kosten worden begroot op € 874,- (voor het door gemachtigde van verzoekster indienen van het verzoekschrift en bijwonen van de zitting).
3. Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen toe;
- verbiedt verweerder verzoekster uit Nederland uit te zetten gedurende één week na de datum van verzending van deze uitspraak, tenzij binnen die week van verzoekster bij aangetekend schrijven de volledige gronden voor het bezwaar ontvangen zullen zijn, in welk geval de voorziening voortduurt totdat de beslissing op het bezwaarschrift door verweerder overeenkomstig de wet zal zijn bekendgemaakt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 874,--, te voldoen aan verzoekster;
- gelast dat verweerder het griffierecht ad € 152-- aan verzoekster vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Banda, rechter, en door hem en K.M.C. Zijlstra-van Middelkoop als griffier ondertekend. In het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2011.
Afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.