ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6156
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens ontbreken gronden bezwaar
Verzoekster, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die door verweerder werd afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar zonder gronden in te dienen. Tijdens de zitting erkenden partijen het ontbreken van de gronden, waardoor toetsing van het verzoek om voorlopige voorziening bemoeilijkt werd.
Verweerder weigerde een termijn te stellen voor het alsnog indienen van de gronden, ondanks geboden gelegenheid. De voorzieningenrechter besloot daarom de gevraagde voorziening toe te wijzen en verbood verweerder verzoekster uit te zetten gedurende één week na verzending van het vonnis, tenzij binnen die week de volledige gronden van het bezwaar schriftelijk werden ontvangen.
Indien de gronden tijdig worden ingediend, blijft de voorziening van kracht totdat verweerder de beslissing op het bezwaar bekendmaakt. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekster. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoekster gedurende één week tenzij binnen die week de volledige gronden van het bezwaar worden ingediend, waarna de voorziening voortduurt tot beslissing op bezwaar.