ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5480
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd wegens ontbreken vijf jaar rechtmatig verblijf
Eiseres en haar minderjarige kinderen, allen van Burundische nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd aan. Deze aanvragen werden afgewezen omdat niet was voldaan aan de voorwaarde van vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf voorafgaand aan de aanvraag, zoals vereist in artikel 8, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eerder waren aan eiseressen verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd verleend, maar deze waren ingetrokken bij besluiten van 23 maart 2007. De rechtbank had deze intrekkingsbesluiten aanvankelijk vernietigd, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze uitspraak op 25 november 2010 vernietigd en de beroepen ongegrond verklaard, waardoor de intrekkingen onherroepelijk werden.
De rechtbank oordeelt dat bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd de situatie ten tijde van het bestreden besluit (24 maart 2011) moet worden betrokken, niet de situatie ten tijde van de aanvraag. Omdat eiseressen vanaf 23 maart 2007 geen rechtmatig verblijf meer hadden, is niet voldaan aan de vereiste van vijf jaar rechtmatig verblijf. Daarom worden de beroepen ongegrond verklaard.
Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de vereiste van vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf voorafgaand aan de aanvraag.