ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5300
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en voorlopige voorziening wegens onvoldoende bewijs en ongeloofwaardig relaas
Verzoeker, met dubbele Bosnische en Kroatische nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen gedaan, waarvan de meest recente op 28 juni 2011 is afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de aanvraag geen herhaalde aanvraag is en toetst het besluit inhoudelijk. Verzoeker kon onvoldoende documenten overleggen ter ondersteuning van zijn verhaal over bedreigingen en mishandelingen door autoriteiten en derden in Bosnië-Herzegovina en Kroatië.
De rechtbank acht het relaas van verzoeker over de negatieve aandacht van de staatsveiligheidsdienst en de omstandigheden die hem tot vertrek zouden hebben gedwongen niet geloofwaardig. Ook de medische situatie en psychische problemen van verzoeker zijn onvoldoende onderbouwd om verblijfsrecht te rechtvaardigen. De rechtbank concludeert dat verzoeker geen aanspraak kan maken op een verblijfsvergunning op grond van asiel of het EVRM.
Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen spoedeisend belang is aangetoond. Tevens is het verzoek om schadevergoeding wegens het onterecht toekennen van een vertrektermijn van nul dagen niet ontvankelijk verklaard, aangezien dit geen onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit. Verzoeker wordt verwezen naar de reguliere procedure voor schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen wegens onvoldoende bewijs en ongeloofwaardig relaas.