ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5026
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontslag militair wegens wangedrag met drugs
Verzoeker, militair bij de Koninklijke Marechaussee sinds 2004, is ontslagen wegens wangedrag, namelijk betrokkenheid bij het afleveren en/of vervoer van harddrugs (GHB) en het afleggen van onjuiste verklaringen tijdens een getuigenverhoor. Het ontslagbesluit is genomen door de Minister van Defensie op 20 mei 2011, na een schorsing en het horen van verzoeker.
Verzoeker betwist zijn betrokkenheid bij drugs en stelt dat hij slechts als getuige is gehoord, niet als verdachte. Hij verklaart dat hij onjuiste verklaringen heeft afgelegd om een oud-collega te beschermen en vanwege vermoeidheid. Hij beroept zich ook op het gelijkheidsbeginsel omdat andere militairen niet zijn ontslagen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat op basis van het rapport en het proces-verbaal voorshands aannemelijk is dat verzoeker zich heeft ingelaten met harddrugs en onjuiste verklaringen heeft afgelegd. Dit wangedrag is voldoende ernstig voor ontslag. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens onvoldoende aannemelijkheid van gelijke gevallen.
De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Het oordeel is voorlopig en bindt niet in de bodemprocedure. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het ontslag wegens wangedrag wordt afgewezen.