ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4392
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen horen van getuigen in Sri Lanka zonder aanwezigheid raadslieden
In deze strafzaak heeft de rechtbank op 24 januari 2011 besloten dat getuigen in Sri Lanka zullen worden gehoord. De rechter-commissaris reisde in april 2011 naar Sri Lanka om overleg te plegen met de bevoegde autoriteiten en verkreeg toestemming om de getuigen te horen, waarbij de raadsman van verdachte niet aanwezig kon zijn. Verdachte maakte bezwaar op grond van artikel 208 Wetboek Pro van Strafvordering, stellende dat het horen van getuigen zonder zijn raadsman een weigering van het horen van getuigen is.
De rechtbank oordeelt dat artikel 208 Sv Pro alleen van toepassing is tijdens het gerechtelijk vooronderzoek. Omdat de behandeling ter terechtzitting reeds was begonnen en regiezittingen hadden plaatsgevonden, was het gerechtelijk vooronderzoek beëindigd. Hierdoor kon de raadkamer het bezwaar niet in behandeling nemen en is verdachte niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank benadrukt dat het uitsluitend aan de rechtbank is om te beslissen over het horen van getuigen en de wijze waarop dit gebeurt, en niet aan de raadkamer. De beslissing van de rechter-commissaris om zonder de raadsman naar Sri Lanka te reizen en de getuigen daar te horen, valt niet onder artikel 208 Sv Pro in deze fase van de procedure.
De beschikking is gegeven door de raadkamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 9 juni 2011, waarbij verdachte niet aanwezig was en zijn raadsman het bezwaar toelichtte.
De rechtbank verklaart het bezwaar van verdachte niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen het horen van getuigen in Sri Lanka zonder aanwezigheid van zijn raadsman.