ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4156
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring van Turkse vreemdeling op grond van Vreemdelingenwet 2000 en Associatiebesluit 1/80
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, is ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege ernstige strafrechtelijke veroordelingen, waaronder medeplegen van gijzeling, wapendelicten en grootschalige drugshandel.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen verblijfsrechten kan ontlenen aan artikel 6 of Pro 7 van het Associatiebesluit 1/80, omdat hij niet ononderbroken vier jaar legale arbeid bij dezelfde werkgever heeft verricht. Wel valt hij onder de materiële werkingssfeer van artikel 13 van Pro het Associatiebesluit 1/80, maar de rechtbank stelt vast dat er geen sprake is van een aanscherping van het beleid die een nieuwe beperking vormt in de zin van dat artikel.
Verder is beoordeeld of de ongewenstverklaring een disproportionele inbreuk vormt op het recht op gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro). Gelet op de ernst van de delicten, de recidive, en het feit dat eiser slechts incidentele contacten met zijn kinderen kan onderhouden, is de inmenging proportioneel en gerechtvaardigd.
Eiser heeft voorts aangevoerd dat zijn goede gedrag tijdens detentie en de belangen van zijn kinderen een andere belangenafweging rechtvaardigen, maar de rechtbank acht deze omstandigheden onvoldoende om af te zien van ongewenstverklaring.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser kan binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring van eiser wordt ongegrond verklaard.