ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3494
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en opheffing bewaring wegens gebrek aan redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 11 juli 2011 staande gehouden door een medewerker van de Koninklijke Marechaussee vóór de geplande MTV-controleperiode. De rechtbank oordeelt dat deze staandehouding niet viel onder de wettelijke bevoegdheid van artikel 4.17a Vreemdelingenbesluit 2000, noch onder artikel 8a Politiewet 1993, maar onder artikel 50 Vreemdelingenwet Pro 2000.
De rechtbank stelde vast dat er geen objectief redelijk vermoeden bestond dat eiser illegaal in Nederland verbleef of dat het vervoermiddel gebruikt werd voor het vervoer van illegale vreemdelingen. Het enkele feit dat het voertuig een Pools kenteken had, was onvoldoende voor een dergelijk vermoeden. Hierdoor was de staandehouding onrechtmatig.
Gevolg hiervan was dat ook de daarop gebaseerde maatregel van bewaring onrechtmatig was opgelegd. De rechtbank besloot de bewaring op te heffen en kende eiser een schadevergoeding toe van €1.330,-- voor de periode van detentie. Tevens werden de proceskosten van €874,-- aan eiser toegekend.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en eiser ontvangt een schadevergoeding van €1.330,--.