ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3414
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens reëel risico schending artikel 3 EVRM door detentieomstandigheden Zenica gevangenis
Eisers hebben aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning die door verweerder zijn afgewezen. De rechtbank heeft eerder al vergelijkbare besluiten vernietigd. De kern van het geschil betreft de vraag of de detentie van eiser in de Zenica gevangenis in Bosnië een schending van artikel 3 van Pro het EVRM oplevert.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de plaatsing in de Zenica gevangenis geen reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro inhoudt. Uit diverse rapporten, waaronder die van het CPT, de ombudsman en het US State Department, blijkt dat geweld en slechte detentieomstandigheden aan de orde van de dag zijn in deze gevangenis.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waaronder het arrest Rodic, waarin een schending van artikel 3 werd Pro vastgesteld bij verblijf in dezelfde gevangenis. De rechtbank concludeert dat verweerder niet volstaat met het argument van een ‘mere possibility’ en dat het risico reëel is.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering dat plaatsing in Zenica gevangenis geen reëel risico op schending artikel 3 EVRM inhoudt.