ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3377
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid en verwijderingsvooruitzicht bij aanvraag noodpaspoort Suriname
Eiser, van Surinaamse nationaliteit en al meer dan vijf jaar niet woonachtig in Suriname, betwist dat er zicht is op zijn verwijdering naar Suriname. Hij stelt dat de Surinaamse autoriteiten geen noodpaspoort verstrekken aan personen die niet meer in het bevolkingsregister voorkomen en dat verweerder niet voortvarend heeft gehandeld bij de aanvraag van een laissez-passer.
De rechtbank heeft de werkwijze van verweerder met de Surinaamse autoriteiten onderzocht. Verweerder licht toe dat een aankondiging van de aanvraag tot afgifte van een laissez-passer wordt gedaan, waarna schriftelijke presentatie en onderzoek door het Centraal Bureau voor Burgerzaken in Paramaribo volgen. Pas na een persoonlijke presentatie wordt het noodpaspoort afgegeven. Tot 6 juni 2011 vonden geen persoonlijke presentaties plaats, maar daarna is de samenwerking hervat en zijn vijf noodpaspoorten afgegeven.
Uit het geding blijkt dat eiser op 19 mei 2011 schriftelijk is gepresenteerd bij de Surinaamse autoriteiten en dat het onderzoek nog loopt. Verweerder heeft meerdere malen gerappelleerd en aanvullende informatie verzameld, waaronder een familieboekje en een bezoek aan de vriendin van eiser.
De rechtbank concludeert dat verweerder niet in strijd met de Memorandum of Understanding van 9 oktober 2008 heeft gehandeld en dat er nog redelijk vooruitzicht is op verwijdering. Het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontneming wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontneming wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.