ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2341
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens vals opsporingsbericht en ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, afkomstig uit Burundi, kreeg aanvankelijk een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toegekend. Verweerder trok deze vergunning in met terugwerkende kracht vanwege het vervallen van de beschermingsgrond en twijfels over de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Eiser voerde beroep aan en overlegde een opsporingsbericht ter onderbouwing, dat door Bureau Documenten van de IND als vals werd beoordeeld. Eiser bracht een contra-expertise in, opgesteld door Makano International, die het document als authentiek bestempelde, maar de rechtbank vond deze onvoldoende overtuigend.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas van eiser vage, summiere en ongerijmde verklaringen bevatte en dat de verklaringen van de ex-echtgenote, ondanks vermeende rancune, niet buiten beschouwing konden blijven. De rechtbank stelde vast dat de contra-expertise niet overtuigend was en de conclusie van Bureau Documenten dat het opsporingsbericht vals is, niet weerlegt. Ook het beroep op gezinsleven en artikel 3.52 Vb 2000 faalde omdat de asielprocedure daarvoor niet geschikt is.
De rechtbank concludeerde dat op het moment van verlening en intrekking van de verblijfsvergunning geen geldige grond voor verlening aanwezig was en dat eiser thans ook geen aanspraak kan maken op een verblijfsvergunning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.