ECLI:NL:RBSGR:2011:BR1510
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling in strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Eiser, een vreemdeling van Sierra Leoonse nationaliteit, werd op 18 augustus 2010 ongewenst verklaard door verweerder op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), vanwege een eerdere strafrechtelijke veroordeling uit 2003. Verweerder baseerde dit op het beleid van het WBV 2004/63, dat een lagere strafdrempel hanteert voor ongewenstverklaring dan het destijds geldende beleid.
De rechtbank stelde vast dat op het moment van de veroordeling in 2003 het destijds geldende artikel 6.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) een ongewenstverklaring niet mogelijk maakte bij een straf van minder dan zes maanden. De latere aanscherping van het beleid per 1 november 2004, zonder overgangsregeling, kon niet met terugwerkende kracht worden toegepast zonder het rechtszekerheidsbeginsel te schenden.
Verweerder voerde als bijzondere omstandigheid aan dat eiser pas in 2010 weer in beeld kwam bij de overheid, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was om een uitzondering op het rechtszekerheidsbeginsel te rechtvaardigen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit van 3 maart 2011 vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter H. den Haan op 12 juli 2011.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring vernietigd vanwege schending van het rechtszekerheidsbeginsel.