ECLI:NL:RBSGR:2011:BR1340
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit wegens ontbreken objectieve criteria risico op onderduiken
Verzoeker is op 15 juni 2011 in bewaring gesteld en kreeg een terugkeerbesluit opgelegd op grond van artikel 62, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde bezwaar tegen dit besluit en verzocht om schorsing totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter onderzocht of artikel 62, derde lid, aanhef en onder b, Vw 2000, de vereiste objectieve criteria bevat voor het aannemen van een risico op onderduiken, zoals bedoeld in artikel 3, zevende lid, van de Terugkeerrichtlijn. De rechter oordeelde dat dit niet het geval is, omdat dit artikel alleen de situatie beschrijft waarin de vreemdeling onmiddellijk voorafgaand aan binnenkomst geen rechtmatig verblijf had, en niet meer specifieke criteria bevat.
Verder stelde de rechter vast dat de Terugkeerrichtlijn vereist dat afwijkingen van de hoofdregel van een vertrektermijn gebaseerd moeten zijn op objectieve criteria die verder gaan dan enkel onrechtmatig verblijf. Omdat verweerder geen andere gronden kon aanwijzen om af te wijken van de termijn voor vrijwillig vertrek, concludeerde de voorzieningenrechter dat het terugkeerbesluit niet in overeenstemming is met artikel 7, eerste en vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn.
Gezien de voorlopige aard van het oordeel en het spoedeisend belang, werd het verzoek om schorsing toegewezen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van verzoeker.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt geschorst totdat op het bezwaarschrift is beslist.