ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0703
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens beëindiging categoriale bescherming Irak onzorgvuldig
Eiseres, van Irakese nationaliteit, kreeg in 2007 een verblijfsvergunning op grond van het categoriale beschermingsbeleid. Dit beleid werd in 2008 beëindigd, waarna verweerder in 2011 de vergunning introk. Eiseres voerde aan dat de veiligheidssituatie in Irak ten tijde van haar aanvraag op 17 april 2007 zodanig slecht was dat zij op grond van artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn alsnog bescherming behoorde te krijgen.
De rechtbank stelde vast dat het geweld in Irak diffuus, multi-dimensionaal en willekeurig was, met een hoge mate van wetteloosheid en straffeloosheid. Uit ambtsberichten en een notitie van Vluchtelingenwerk Nederland bleek dat de veiligheidssituatie in 2007 verslechterd was, met dagelijks vele burgerslachtoffers. Verweerder had zich in het bestreden besluit niet uitgelaten over deze algemene situatie, wat de rechtbank onzorgvuldig achtte.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen nieuwe individuele feiten had aangevoerd die afdoen aan eerdere besluiten, maar dat de algemene situatie in Irak wel als nova kon worden beschouwd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onzorgvuldigheid.