ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9926
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod uitlevering aan Russische Federatie ondanks detentieomstandigheden
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres het verbod op haar uitlevering aan de Russische Federatie wegens vermeende schendingen van artikel 3 EVRM Pro in de detentieomstandigheden in de deelrepubliek [Y.]. De rechtbank stelt vast dat de uitlevering reeds is toegestaan door de rechtbank Amsterdam en dat het cassatieberoep van eiseres door de Hoge Raad is verworpen.
Eiseres baseert haar vordering mede op het arrest M.S.S. tegen België van het EHRM, waarin werd geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet volstaat bij voortdurende mensenrechtenschendingen. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat dit arrest niet zonder meer toepasbaar is op uitleveringszaken en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onverkort geldt.
De rechtbank overweegt dat eiseres aannemelijk moet maken dat zij persoonlijk een reëel risico loopt op foltering of onmenselijke behandeling, hetgeen niet is gelukt. Ook het verzoek om aanvullende garanties wordt afgewezen omdat internationale verdragen geen verplichting voor Nederland opleggen om deze op te vragen.
De vordering wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op uitlevering aan de Russische Federatie wordt afgewezen.