ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9920
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verdachte in bezwaar tegen verhoren getuigen in Sri Lanka
In deze strafzaak heeft de rechtbank op 24 januari 2011 besloten dat getuigen in Sri Lanka zullen worden gehoord. De rechter-commissaris heeft een rechtshulpverzoek ingediend en overleg gepleegd met Sri Lankaanse autoriteiten om de verhoren zo procedureel correct mogelijk te laten verlopen.
De toestemming van Sri Lanka betrof echter alleen de rechter-commissaris, waardoor de raadsman van verdachte niet bij de verhoren aanwezig mag zijn. De raadsman werd verzocht schriftelijke vragen aan te leveren voor de verhoren. Verdachte maakte bezwaar tegen deze gang van zaken en vorderde dat de getuigen alleen in aanwezigheid van zijn raadsman worden gehoord.
De rechtbank oordeelt dat artikel 208 Sv Pro, dat bezwaar tegen weigering van de rechter-commissaris regelt, niet meer van toepassing is omdat de behandeling van de zaak al is begonnen en het gerechtelijk vooronderzoek is beëindigd. Alleen de rechtbank kan nu beslissen over de wijze van getuigenverhoor. Daarom verklaart de raadkamer verdachte niet-ontvankelijk in zijn bezwaar.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen het zonder aanwezigheid van zijn raadsman horen van getuigen in Sri Lanka.