ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9913
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek reëel risico schending artikel 3 EVRM
Verzoekster, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo (DRC), diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten. Verzoekster stelde dat zij slachtoffer is van seksueel geweld en mishandeling door autoriteiten in de DRC en dat terugkeer een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder terecht het ontbreken van documenten aan verzoekster toerekende en dat het relaas op relevante punten vaag en ongeloofwaardig was. Toch werd vastgesteld dat verweerder aannam dat verzoeksters ouders waren omgekomen en dat zij een alleenstaande vrouw is, wat haar kwetsbare positie onderstreept.
De rechtbank stelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de individuele omstandigheden van verzoekster, met name of haar kwetsbare positie zonder sociaal netwerk een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het reële risico op schending van artikel 3 EVRM.