ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9906
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling vervolgingsgevaar homoseksuele asielzoeker uit Oeganda
Verzoeker, een homoseksuele man uit Oeganda, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvraag af vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas en het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten. Verzoeker stelde dat hij gegronde vrees had voor vervolging vanwege zijn seksuele geaardheid, die strafbaar is in Oeganda met levenslange gevangenisstraf.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte het criterium van ernstige maatschappelijke beperking hanteerde in plaats van het juiste criterium van verdragsvluchteling zijn wegens vervolging op grond van seksuele geaardheid. Verweerder had moeten beoordelen of sprake was van een onevenredige of discriminerende vervolging zoals bedoeld in richtlijn 2004/83/EG.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de door verzoeker gestelde vervolgingsangst niet als vluchtelingenstatus kon worden erkend. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.